wp55771b65.png
wp37d9c277.png
wp2841a0a7_0f.jpg

Genieten van wroeten in de aarde

wpabed0e6f.png
wpa65cfbc5.png
wpfaa68ee8.png

Tuinvereniging Nesserlaan















wpa770f726.png
wp4f74f17f.png

Tuinvereniging Nesserlaan

Postadres: Populierenlaan 561

1185 SW Amstelveen

Nieuws

De pomp staat aan van 8.00 uur tot ongeveer 22.15 uur
wp45bfeef8.png
wp80024185.png

Weidevogels naast de tuin, door Heleen de Vaan

 

Op 22 februari, aansluitend aan de Algemene Ledenvergadering, werden verschillende weidevogels in de schijnwerpers gezet. Mark Kuiper, fotograaf, onderzoeker en adviseur agrarisch natuurbeheer, was uitgenodigd om te vertellen over de weidevogels in de Bovenkerkerpolder en omgeving. Verschillende tuinders hadden al wel eens weidevogels op het landje naast onze tuinen opgemerkt, en enkelen hoorden het ‘pieuw’ van de steenuil of het ‘pietpietpiet’ zelfs dicht bij huis. Maar hoe mooi de vogels er eigenlijk uitzien werd duidelijk door de prachtige foto’s die de spreker had meegebracht.

 

Als eerste leerden we over de Grutto. Deze typische poldervogel doet het in onze omgeving goed, in vergelijking met de rest van Nederland. Weliswaar met wat hulp van mensen die, in februari, het grasland onder water zetten. ’t Natte grasland wordt daarmee aantrekkelijk voor de grutto’s die hier een plek zoeken na hun overwintering in het verre zuiden. In ’t water kunnen ze namelijk gemakkelijk voedsel vinden (de eetbare beestjes komen door alle nattigheid vanzelf naar boven kruipen!), maar ook voelt de grutto zich veilig als hij met de voeten in water staat. Wanneer de lente in gang is en het water weer verdwenen, begint de broedtijd. Voor de veiligheid van nest en kuikens is het belangrijk dat het gras lang genoeg is. Dankzij een subsidieregeling kunnen de boeren hun graslanden later in het jaar maaien (in juli), en de grutto-eieren overleven. Aan de hand van een ingekleurde kaart van de Bovenkerkerpolder liet de heer Kuiper zien waar de op deze manier gruttovriendelijk gemaakte weidegebieden zich bevinden. En inderdaad blijken hier meer grutto’s te broeden.

De volgende fase in het gruttoleven is op veel plaatsen nog een gevaarlijke: eenmaal uit het ei moeten de jongen hun eigen weg en eten zoeken. En als de ‘vluchtheuvel’, het ongemaaide grasgebied, te smal is, is de kans groot dat de jongen naar het aangrenzende kortgemaaide gras wandelen. Waar ze een gemakkelijke prooi vormen voor roofvogels. Dat er inderdaad menig kuiken in andermans vogelmaag verdween bleek tijdens een onderzoek waarbij gruttokuikens zendertjes hadden gekregen, zenders die uiteindelijk teruggevonden werden in ’t nest van buizerds en andere roofvogels.

 

Een andere in het weiland broedende vogel is de Kievit. Wie kent ’m niet, met zijn karakteristieke kuifje. We leerden het vrouwtje van het mannetje te onderscheiden door goed naar de keel te kijken. Bij het vrouwtje is er een wit gevlekte aftekening op de verder zwarte keel, bij het mannetje is de keel geheel zwart. Dat een kievit niet zo zwart-wit is als menigeen dacht bewees een mooie foto waarin de zwarte rug en vleugels kleurrijk door de zon beschenen worden (zie ook de foto’s op de website www.naturepicture.info ) .

 

De Tureluur is met z’n nest aan de slootkant veilig voor grasmaaiende boeren. Een extra ‘win-win situatie’ creëren tureluurs door hun nest nabij die van de grutto of kievit te bouwen. Met hun scherpe ogen zien ze de kat of roofvogel al van verre aankomen, waarop ze alarm slaan en hun buurvogel vervolgens het gevaar wegjaagt.

 

De Scholekster, de zwart-witte Bonte Piet met de opvallend knalrode snavel en poten, legt eveneens eieren in het weiland, al zijn er ook exemplaren die platte daken opzoeken om te gaan broeden. In tegenstelling tot de grutto- en kievit-jongen die zelf direkt hun voedsel moeten vinden, worden scholeksterkuikens wel door vader en moeder gevoerd. De ouders begeleiden de kuikens dus wat meer naar de volwassenheid. Al hebben de op daken broedende vogels daarbij soms wat hulp nodig: de spreker vertelde hoe hij een van het dak gevallen kuiken richting weiland bracht, intussen het beestje voorzichtig omhooghoudend. Zodoende konden de ouders hun kroost zien, èn volgen, om zich even later weer bij hun kuiken te voegen.

 

Tot slot werd de Steenuil besproken. Dit is de kleinste in Nederland voorkomende uilensoort. Het liefst vertoeft de steenuil bij traditionele boerderijen met een echt erf en oude schuren, zoals die in onze buurt gelukkig (nog wel) bestaan. Op dit moment zijn er 20 paar in onze omgeving. Oude schuren, knotwilgen en holen zijn de favoriete broedplaats voor deze handgrote uil met die machtig grote gele ogen. Het voedsel bestaat uit insecten, regenwormen en kleine zoogdieren, en Mark Kuiper twijfelde er niet aan dat dit dier ’s nachts ook onze tuinen bezoekt om er zijn nuttige werk te doen.

Het verhaal aanhorend en de foto’s bekijkend, onder andere van een langwerpige nestkast in een knotwilg, rees bij sommigen het idee om ook de blokhut of het schuurtje steenuilvriendelijk in te richten. Nu we in onze tuinen liever geen grasland hebben, is dit een aardige optie om toch ook bij te dragen aan de bescherming van een Bovenkerker poldervogel. Wie weet wat de toekomst brengt!

 

Vooralsnog bestaat voor iedereen de mogelijkheid om mee te helpen met het beschermen van weidevogels, zoals door het plaatsen van een beschermende korf boven nesten en meedoen aan vogeltellingen. Vrijwilligers zijn altijd welkom, en kunnen zich melden bij Ton Feldmann.

wpe3ad60a2_0f.jpg
wp38d3d791_0f.jpg
wpfc1a8ee5.png
wp8961f67a.png